
Hij staarde naar wat alweer een onmogelijke opgave leek en vroeg zich af waarom hij er mee doorging. De brug strekte zich uit tot in de hemel en hing daar maar terwijl het wachtte op hem. De man zuchtte. Zijn spieren schreeuwden om rust. Zijn ogen brandden met vermoeidheid en zijn geest kermde om verlossing maar hij had nog zoveel bruggen te gaan.Waarom ga je er mee door, je weet dat het nooit wat wordt. Als hij dat laatste maar zeker wist dan was hij zeker gestopt maar hoop klampte zich aan hem vast en dreef hem voort en hij wilde niet het risico lopen dat hij te vroeg zou stoppen. Zijn kans zou missen. Zoveel kansen had hij niet gekregen en zou hij ook niet meer krijgen dus dreef deze ene kans hem voort.
