Alone

Ze stak haar vingers in haar oren en probeerde verder te slapen. Ze waren vroeg vandaag. Het lawaai stoorde haar. Maakte haar wakker. Vingers in je oor helpen dan natuurlijk niet. Ze probeerde nog verder te slapen door zich in een kussen te begraven maar zelfs dat hielp niet. Waarom moesten ze vandaag zo vreselijk vroeg beginnen, juist vandaag. Ze had gehoopt dat ze wat langer kon slapen. Ze had gehoopt dat ze zich wat langer kon voorbereiden op de radio communicatie van vandaag maar het mocht niet zo zijn. Ze stond op en wreef de slaap uit haar ogen. Opende haar ogen toen langzaam. Een grote fout. Ze keek recht in de ogen van het schepsel en het schepsel maakte van de gelegenheid gebruik om zijn bek open te trekken. Ze schrok terug in de volle wetenschap dat ze beschermd werd door de koepel maar desondanks dreef het schepsel haar angst aan. Ze sloeg een hand voor haar ogen en probeerde het nachtmerrie beeld te verdrijven. Het lukt slechts met veel moeite. Met heel veel moeite. Omdat het schepsel nog steeds daar buiten was. Het was geen nachtmerrie. Het was echt. Het kon alleen niet binnen komen. De koepel was te sterk. Ze haatte alleen het feit dat de makers de koepel niet ondoorzichtig hadden gemaakt. Er was echter te weinig tijd geweest en de makers hadden reeds het onmogelijke gedaan. Desondanks vervloekte ze nog dagelijks het feit dat de makers de koepel niet ondoorzichtig hadden gemaakt zodat ze deze nachtmerrie niet elke morgen hoefde te ondergaan.