
Hij keek uit het raam en vroeg zich af of hij het moest doen. Het weer zag er
vreselijk uit en grote dikke regendruppels teisterden zijn raam. Kun je het
niet beter uitstellen, vroeg hij zich voor de zoveelste keer af.
Nee, er waren genoeg redenen te bedenken om iets niet te doen, het was dapperder
om iets te bedenken waarom hij het juist wel zou doen en één blik naar zijn buik
was reden genoeg. Zijn buik builde uit en hij moest nodig eens afvallen, nodig
eens bewegen en op zijn fiets naar het werk was precies wat hij nodig had om dat
dikke bandje rond zijn middel te doen slinken. Met een zucht draaide hij zich om
en ging op zoek naar zijn regenpak. Hij had hem zolang niet aangehad dat hij
niet meer wist waar het pak lag maar vaagjes wist hij zich te herinneren dat het
in de bergkast onder de trap moest liggen. Na eventjes rommelen had hij het ding
gevonden en was er weer een reden verdwenen om het niet te doen. Om de auto te
pakken en naar zijn werk te rijden en het gekke idee maar te vergeten dat
twintig minuten op de fiets ook leuk kon zijn.
