Korte fantasie verhalen

De sjamaan keek uit over een wolkenloze hemel naar de draken die daar rondvlogen. Ontelbare draken, zo talrijk als de regendruppels op een stormachtige dag. Je kon je gewoon niet voorstellen dat hier ooit een eind aan zou komen, maar de sjamaan wist dat dit toch het geval was. Aan alles komt een eind, zelf aan de heerschappij van draken. Het bracht hem droefenis en de flauwe hoop dat het niet in zijn dagen zou gebeuren en gezien het feit dat de hele hemel bedekt was met draken, maakte hij een goede kans dat die hoop vervuld werd. Als er althans niks gebeurde, niks ernstig gebeurde. De sjamaan voelde hoe zijn neefje naast hem kwam staan. Het jongetje greep hem bij de hand en samen keken ze naar de draken die nog steeds vrolijk hun rondje vlogen hoog in de hemel of er niks aan de hand was.
"Ze vliegen daar voor eeuwig," zei de jongen, hij kon zich geen wereld voorstellen zonder draken.
"Niet voor eeuwig," zei de sjamaan, "aan alles komt een eind, jongen, ook aan de draken."
"Nee," gilde de jongen kwaad, "ik wil niet dat er een eind aan komt."
"Dat is niet iets wat wij bepalen, jongen, het lot is niet tegen te houden."
Dat maakte de jongen kwaad. Hij kreeg het idee dat het lot van de draken bezegeld was en dat deed hem pijn, dus rende hij weg.