
Hij had zo weg willen lopen. Haar zo achter willen laten met Rachel. Zijn dochter. Niet meer, niet meer, dacht ze verbitterd en toen ze over zijn verantwoordelijkheid was begonnen had hij haar weer geslagen. Maar dit keer liet ze zich niet meer afschepen. Begon over een rechtszaak en hij draaide zich om naar haar en bijna was ze teruggedeinsd. Zijn woedde was niet menselijk geweest en ze was bijna terug geschrokken voor zijn donkere emoties maar de gedachte aan haar dochter deed haar blijven staan. Een geluk bij een ongeluk, dacht ze wrang en kromp ineen bij de herinnering aan de pijn nadat hij haar geslagen had. Ze had geweigerd om naar het ziekenhuis te gaan. Wilde onder geen voorwaarde haar dochter alleen laten met hem. Bang voor wat hij kon doen. De arts had de hechtingen thuis aangebracht en haar pijnstillers gegeven maar desondanks had ze niet kunnen slapen. Vragen bestookten haar over hoe het zover had kunnen komen en het gekke was dat ze zich ook nog afvroeg of het niet haar schuld was geweest.
