
Ze keek door de tralies heen naar het wezen dat haar bestudeerde. Het was hetzelfde wezen dat haar gisteren had bestudeerd. Hetzelfde wezen dat haar eergisteren had bestudeerd en de dag daarvoor en zelfs afgelopen week was het nog langs geweest om naar haar te komen kijken. Ze wist het zeker. Ze had geleerd om de individuele leden van de clan te herkennen. Ze moest wel want je reactie hing af van diegenen die voor je stond en soms stuurden ze de angstaanjagende creaturen. Degene die je pijn deden. Ja, ze had noodgedwongen geleerd om de individuele leden te onderscheiden. Ze bestudeerde het wezen. Zich bewust van het feit dat haar man achter haar stond en toekeek. Kwaad werd. Ook dat was een prijs die ze moest betalen maar ze kon haar ogen niet van het wezen afhouden. Het zag er grotesk uit, angstaanjagend, brutaal, grof en ze wist dat enkele leden snel tot geweld konden overgaan. De leden die zij krijgers noemden omdat het geweld zo rationeel werd toegepast. Heel anders dan bij de folteraars die elke gelegenheid te baat namen om haar pijn te doen. Alleen om het pijn te doen maar dit wezen was heel anders.

