
Het hele dorp zat om de vreugdeboom en vierde feest. De jonge Aaidi zag het lachend aan en genoot. De boom stond er magnifiek bij. Volle kleuren, goed in het blad en sprieten die naar de hemel lonkten en wie weet, daar ook nog wel terecht zouden komen. Iedereen lachte, was gelukkig en Aaidi misschien wel het meest. Zijn handen schoten als vanzelf naar de aarde en voelde het leven erin, de vochtigheid, de mineralen, alles wat een boom nodig had om gezond te groeien, om te blijven bestaan. Ja, Aaidi was tevreden omdat de boom er zo mooi bij stond, zo levensluchtig, een overduidelijk teken dat de toekomst er rooskleurig uit zag.
