
Hij liep langs haar foto en kon het niet nalaten om haar even aan te raken. Het was nooit de bedoeling geweest dat ik langer leefde dan jij, schat, dat weet je toch, dacht hij beschroomd. Nooit. Maar dat was wat er gebeurd was. Kanker. De verwoestende ziekte. Niemand die er iets aan kon doen. Niemand die het kon genezen. Alleen haar sterven werd begeleid en dat was dat. En na haar dood bleef hij achter. Ongepland. Niet verwacht. Eerder gevreesd want nu moest hij het zonder haar doen. Hij ging zitten en nam een hap van zijn brood terwijl hij naarstig naar de gebruiksaanwijzing zocht. Waar had hij dat pestding nou gelaten? Hij wist het niet meer en dat was tekenend. Je moet uitkijken, vriend, anders glijd je weg en verlies je de realiteit en je zou toch niet willen dat dat gebeurd? Nee hij zou niet willen dat dat gebeurd. Even was hij de richting van zijn gedachten kwijt en keek toen naar buiten. Het was donker. De tuin lag er verwaarloosd bij in de koude herfstnacht en hij schaamde zich een beetje dat hij de tuin zo had laten verslonzen. Niks voor hem. Hij hield van zijn tuin. Hij stond op en keek er naar. Als hij niet zo inspannend had gekeken, had hij het vast gemist. Maar hij had inspannend gekeken en hij was op zijn gefocust dus had hij het gezien. Er bewoog iets in zijn tuin.
