
Het was een wonderschone dag in juni toen de pastoor
met haar bord naar buiten kwam. Ze had iedere intentie om het bord
te plaatsen. Het was een laatste poging om mensen te trekken, om
mensen betrokken te laten zijn bij de kerk, om ze op de feiten te
wijzen. Het voelde aan als een wanhoopsdaad en dat was het ook. Ze
ontkende het niet. Eerlijkheid was een vereiste als je dominee bent
en dat had ze gelukkig nog niet verloren. Een auto toeterde en
automatisch zwaaide ze en hoopte ze dat de automobilist zou
aanbieden om te helpen maar het was een te mooie dag en het strand
trok dus reed de auto in hoog tempo door. De dominee zuchtte en wist
dat ze het zich niet mocht aantrekken. Ze deed het echter toch,
vandaar misschien dat bord in haar handen.