
Hij was stom geweest, had te lang over het afscheid
gedaan. Zijn lippen glimlachten bij de gedachte aan haar kussen maar
nu moest hij de prijs betalen. Gejaagd sprongen zijn vingers van
toets naar toets terwijl hij binnensmonds een gebedje prevelde dat
de conducteur vooral de trein niet liet vertrekken want hij kon zich
niet veroorloven deze trein te missen. De volgende vertrok pas de
volgende morgen en hij moest naar zijn moeder. Verdomme, waarom had
hij daar niet eerder aan gedacht? Waarom had hij zich laten leiden
door zijn lusten? De glimlach was van zijn gezicht vertrokken en
gespannen hoorde hij toe hoor de kaartjesautomaat zijn treinkaartje
aan het printen was.
