
"Wil je niets anders dan," want hij bleef het toch proberen.
"Aardbeien," zei ze heel nadrukkelijk, "aardbeien lust ik wel. Aardbeien lust ik altijd. Geef mij maar aardbeien."
Joost lachte, hij kende het ritueel en liep naar de keuken om aardbeien te halen.
"Niet weglopen, ga je weg," vroeg de kleine meid achter hem en hij schudde zijn hoofd, "ik ga aardbeien halen."
Hij zei aardbeien net zo nadrukkelijk als zij het gezegd had en daarom kon ze wel lachen.

