
Op de fiets reed hij naar huis. Het regende een beetje maar dat vond
hij niet erg. Hij dacht aan het vrolijke gezelschap die hij achter
gelaten had. Grinnikte zelf nog even om de gehoorde grappen, maakte
toen een zwaai naar links en reed de laan in naar huis. Daar
aangekomen zag hij dat het licht nog brandde. Zijn vrouw was nog
wakker. Hij plaatste zijn fiets in de schuur, liep de tuin door en
stapte de woonkamer binnen.
"Het is zover," overviel zijn vrouw hem. Even voelde hij zenuwen.
Toen knikte hij.
"Mooi, het werd tijd," bromde hij en ging toen naast zijn vrouw
zitten en hield haar even vast. "Het gaat vast goed, kan ik al
bellen?"
Zijn vrouw knikte en hij greep de telefoon en belde de
verloskundige.
