
Hij haatte dat tafeltje. Iedere keer dat hij thuis kwam, zag hij dat
tafel voor het muurtje naast de deur staan. Met de brieven erop. Het
tafeltje stond express daar zodat hij de brieven niet zou vergeten.
Brieven met afspraken. Met de longarts. Met de endodontoloog. Met de
neuroloog. Met de huisarts. Hij leek verdomme wel een wandelende
wrak en dat tafeltje herinnerde hem daar continue aan. Hij wilde dat
hij in één keer al die brieven van de tafel kon vegen en de boel de
boel kon laten maar ja, hij had verantwoordelijkheden, hij had
taken, hij had relaties. Dus liep hij plichtsgetrouw op het tafeltje
af, sorteerde nog eens alle brieven en wist dat hij morgen naar de
endodontoloog moest en wist ook dat het weer een slapeloze nacht zou
worden.