
Jacob lag languit op de bank naar zijn
favoriete televisieprogramma te kijken. Hij zat een nostalgische
kerstfilm te kijken met een dampende kop chocolademelk voor hem en
een kerstkransje er naast. In de keuken was zijn vrouw bezig het
kerstdiner te bereiden en hij wist dat hij haar moest helpen maar de
film hield hem gevangen. Hij verlangde naar de tijd in die film, een
tijd van geborgenheid, saamhorigheid, kleinschaligheid. Naar alles
wat verloren was gegaan. Zelf hier in zijn eigen huis was hij het
kwijt geraakt. Zijn zoon zat op zijn eigen kamer, te chatten of hoe
zoiets mocht heten. Zijn vrouw maakte haar eigen wenskaarten in de
ouderslaapkamer en op één of andere manier kwam de hele familie
nooit meer bij elkaar. Niet voor echte dingen tenminste, zoals
gezamenlijk kerst vieren. Ach, ze troffen elkaar wel bij het ontbijt
of zoals nu, bij het kerstdiner, maar zelfs dan zaten ze wel bij
elkaar maar waren ze niet met elkaar. Jammer, in de film waar hij
naar keek, vierden de familie wel gezamenlijk het feest en het leek
hem heerlijk om dat ook eens mee te maken.
Als hij maar één keer
die chatbox uit kon komen, dacht hij hoopvol,
één keer.
Hij nestelde zich behaaglijk op de bank en de geur van hete
chocolademelk wrong zich in zijn neus en deed hem geeuwen. Hij
voelde zich loom worden, moe en ergens in dat schemergebied tussen
wakker zijn en slapen, kreeg de droom hem te pakken en zag hij de
contouren van zijn zoon.