Ontmoetingen

Hij keek bedachtzaam uit het raam van zijn vakantiewoning en probeerde de brief te vergeten die op zijn tafeltje lag. Een lang verwachtte brief. Een brief die hij hoopte niet te zullen krijgen. Valse hoop en het bewijs daarvan lag nu op zijn tafel. Hij moest zijn vakantiehuis uit. Zijn broer had hem al gewaarschuwd. Een broer die al honderd keer gezegd dat hij de woning niet permanent kon bewonen. Een broer die hem had gesmeekt bij hem in de buurt te komen wonen zodat hij aanspraak had. Zodat ze elkaar wat vaker konden bezoeken. Zodat hij niet zo alleen zou zijn. Wat een onzin. Hij had niemand nodig. Niemand had hem nodig, verbeterde hij zich zelf want dat was de bittere waarheid, herinnerde hij zich zelf. Niemand had hem nodig. Hij draaide zich om en graaide de brief van de tafel en scheurde de enveloppe open. Wrang dat zo een brief wel komt en andere, gehoopte brieven niet. Hij las de inhoud van de brief zonder de inhoud tot zich te nemen en dacht over verzonden brieven en niet gekregen antwoorden.