
Ze voelde de zon opkomen en wist dat ze snel
moest zijn. Vlug rende ze uit bed en draaide het
zonnescherm naar beneden in de hoop dat het zou werken.
In de hoop dat het vandaag niet zo warm zou worden in
haar flat. Ze hoopte, tegen beter weten in uiteraard. De
temperatuur was al opgelopen tot een stevige twintig
graden en ze voelde het zweet reeds langs haar rug naar
beneden glijden. Ze haatte deze temperatuur. Ze haatte
het dat ze altijd in de warmte zat. Geïrriteerd liep ze
naar de douchehok om zich af te spoelen terwijl ze in
haar gedachten de goede raadgevingen van haar moeder
weer langs zich heen hoorde gaan.
Deze warmte is toch heerlijk. Maak je niet druk.
Accepteer, maar daar had ze geen zin in. Ze verlangde
naar de koelte. Naar de frisheid. Naar de noordzijde.
