
Kofi vloog rond de perk met vergeet-mij-nietjes en wist bijna zeker dat hij deze bloemen niet zou vergeten. De vergeet-mij-nietjes waren vriendelijke bloemen. Blij met een beetje aandacht. Blij met een beetje aanspraak. Het was een lichtblauw vergeet-mij-nietje die Kofi aanspraak en de angst van alle vergeet-mij-nietjes onder zijn aandacht bracht. "Gaan jullie echt weg," vroeg de lichtblauwe vergeet-mij-nietje verlegen aan Kofi. Die keek op. Ja, het veld gonsde al dagen van geruchten. De feeën hadden echter nog niets besloten. Het waren slechts plannen, vage ideeën, wegtrekken om de mensen te ontlopen. "Ik weet het niet, misschien," zei Kofi dan ook, "reizen is niet niks."
De vergeet-mij-nietjes die nooit ergens heen gingen, bewogen onrustig in de wind en Kofi voelde dat er wat aan de hand was, "wat, wat is er dan?"
"Wat gebeurd er nu met ons," schreeuwden de
vergeet-mij-nietjes naar Kofi die even van kleur
verschoot maar daarna terugkeerde naar zijn
gebruikelijke groenblauw. "Met jullie gebeurd er
niets," verklaarde Kofi vastberaden, "en ik kan
het weten want ik kom uit Akan." De
vergeet-mij-nietjes wisten niet zo goed wat dat
er mee te maken had en de lichtblauwe vroeg het
dus maar want alle andere vergeet-mij-nietjes
hadden het veel te druk met paniek zaaien.
"Ik ben niet hier geboren," zei Kofi, "maar
ergens anders. In het Feeën dorp Akan. Ver weg
van hier. Ook daar zijn de feeën weggetrokken.
Sommigen hebben de grote oversteek gemaakt,
anderen niet. Die waren er nog niet klaar voor."
Kofi kleurde een vaal grijs en de
vergeet-mij-nietjes hielden voor even hun mond
en spreidde toen een heerlijk geur uit om Kofi
te troostten. Kofi rook het en glimlachte. "Ook
ik was niet klaar dus trok ik weg uit Akan en
ben uiteindelijk hier gekomen. De bloemen
smeekte me te blijven maar het kon niet. De
mensen kwamen en maakte er een park van. Ze
zorgen goed voor de bloemen want veel zijn er
niet meer in hun wereld. Daarom denk ik dat het
met jullie ook wel goed zal komen en dat ze hier
ook een park maken."
De vergeet-mij-nietjes wilden Kofi geloven,
moesten hem wel geloven, er was niets wat ze
konden doen.
"En ben je nu wel klaar, Kofi, voor de grote
oversteek," vroeg de lichtblauwe
vergeet-mij-niet verlegen.
Kofi bleef lang stil en even dacht de
lichtblauwe vergeet-mij-niet dat ze teveel had
gevraagd. Ze wilde haar excuses aanbieden maar
Kofi gebaarde haar stil te zijn.
