
Ife keek vol spanning naar de grond. Er was nog niets te zien. Een beetje teleurgesteld kleurde ze violet. Nog steeds niet en de tijd drong want ze gingen hier weg. Bijna automatisch keek Ife om zich heen en besloot om niet mee te gaan. Ze kon niet. Het kon nu ieder moment gebeuren en ze moest erbij zijn als het gebeurde. Het was belangrijk voor haar. Ze fladderde wat naar beneden en keek nog eens goed naar de grond om er zeker van te zijn dat er ook echt niets was. Er was ook niets en Ife kleurde nu bruin en dat was geen leuke kleur voor een fee. Ife vroeg zich af of ze niet om raad moest vragen bij één van de andere feeën. Yejide wist veel en kon haar zeker helpen. Een beetje radeloos vloog ze boven de plek waar het allemaal moest gebeuren en keek voor de zekerheid nog maar eens een keer. Nee, er was echt niets te zien en dit was toch de plek waar haar moeder was gestorven. Ze wist het zeker. De plek stond in haar geheugen gegrift. Je vergeet de plek toch niet waar je moeder is gestorven, echt niet. Ife kleurde weer een beetje violet, de kleur van de rouw en voelde een traan langs haar wang lopen. Nee, ze moest sterk zijn. Ze had geen tijd voor rouw. Het kon nu ieder moment gebeuren. Iedere keer als een fee stierf, viel ze uiteen in honderden, nee, duizenden kleine sterretjes die als zaadjes op de grond vielen. Als de grond goed was en de omstandigheden uitstekend dan werd uit zo een zaadje een nieuwe fee geboren. En daarop wachtte Ife nu want op deze plek was haar moeder gestorven en had Ife zelf gezien hoe duizenden kleine sterretjes in de grond waren verdwenen. Zoveel dat er wel een nieuwe fee uit geboren moest worden. Ife kon zich gewoon niet voorstellen dat uit al die sterretjes geen fee geboren zou worden, het kon niet, het mocht niet want al die duizenden sterretjes was haar moeder geweest.
