
Zuri zag Yejide in slaap vallen. Een diepe frons ontsierde haar gezicht. Voor haar kwam de nacht te vroeg. Ze was één van de laatste die het gehoord had. Net zoals Adisa en Ife. De jongeren waren expres zo laat ingelicht vertelde Masego, om te voorkomen dat ze zich zorgen maakten. Zuri snoof. Ja, ja, zorgen maken we ons toch over de vlucht, of we nu vroeg of laat worden ingelicht. Nee, Yejide had het gewoon slim gespeeld. Eerst de ouderen aan het idee laten wennen en daarna de jongeren er mee overvallen zodat ze op de vergaderingnacht haar zin kon doordrijven. Zuri's frons werd dieper. Ze wist niet wat ze er aan kon doen, ze wist niet hoe ze Yejide kon tegenhouden want zij wilde hier niet weg. Dit was haar huis en de mensen hadden hier niets te zoeken. Imamu zag Zuri loeren naar Yejide. Hij had er geen ander woord voor ook al was het een lelijk iets om je mede fee van te verdenken. De frons op het gezicht van Zuri sprak echter boekdelen. Imamu wilde Yejide waarschuwen maar waar voor? Kijken staat vrij. Hij mocht Zuri echter niet, ze had hem kraai genoemd en hij wist bijna zeker dat Zuri ook Yejide moeilijkheden zal bezorgen. Ongemakkelijk draaide Imamu zich om en vloog naar zijn eigen huis. Morgen was de nacht en moesten ze beslissen of ze bleven of niet en hij vloog langs zoveel mooie, bekende plekjes vol herinneringen dat Imamu bijna besloot om te blijven. Tot hij weer aan de dwerg dacht en de mensenkinderen die haar opjaagde. Tot hij weer aan Tjoka dacht met zijn gebroken vleugels en toen wist hij dat de feeën niet konden blijven en verdrietig vloog hij zijn huisje binnen en viel in een onrustige slaap.
