
Of waren de schaduwen beter dan ze dacht? Ze keek angstig om zich
heen. Als ze ongemerkt het landgoed opgekomen waren dan waren ze
goed. Heel goed. Misschien te goed voor haar. Misschien had ze dan
geen schijn van kans. Ze bleef staan om te kijken. Niet meer zo vol
vertrouwen. Tijd was wellicht van het grootste belang en hoe eerder
ze bij haar vader was, hoe beter. Naast angst voelde ze ongeduld. Ze
had het vage gevoel dat er iets ging gebeuren. Ze begon weer te
rennen. Ze hoorde het geluid naast haar en instinctief vloog ze de
andere kant op. Weg van het geluid. Een schaduw werd zichtbaar. Te
weinig om te zien wat het was maar het was niet menselijk. Dat wist
Jessica zeker. Het was absoluut niet menselijk. Ze versnelde haar
pas. Achter haar klonk het gekraak van rennende benen op dooie
takken. Een teken dat de schaduwen dichterbij kwamen. Dat al haar
inspanningen zinloos waren. Een ander was misschien in paniek
geraakt. Een ander had misschien gaan gillen. Jessica bleef koel. Ze
wist dat paniek geen zin had van duizend eerdere kleinere avonturen.
"Altijd je hoofd blijven gebruiken," had haar vader haar verteld en
John de boswachter had dat beaamt.
"Toeristen komen altijd in de problemen omdat ze in paniek raken.
Nou, ja ze kennen het bos ook niet. Weten niet wat ze te wachten
staat. Je kop blijven gebruiken, voorkomt een hoop problemen," en
hij tikte met zijn vinger op zijn slaap.
