Het werd een tocht door tijd. Was dat mogelijk? Het gebeurde,
Jesse zag het gebeuren voor haar ogen, het woud veranderde van
seizoen, van diep groen naar geel en rood, kleuren van de dood. Van
een herfst naar een diep winter en het geluid wat ze hoorde was
enkel het geluid van bladeren in de wind en zelfs dat had zijn eigen
schoonheid. Angst overheerste nu. Niet de angst voor de schaduwen,
maar de angst voor verloren tijd, vergaande tijd, gepasseerde tijd
want tijd treedt niet op zijn schreden terug en het glipte hier
zomaar door haar vingers. Ze was bang dat de wereld daarbuiten zou
veranderen, onherkenbaar zou worden, maar dat was toch een sprookje?
Maar waarom veranderde het woud dan zo snel van seizoenen? Ze wilde
het aan de ouwe vrouw vragen maar die liep gestadig door. Het hele
verhaal kreeg voor Jessica iets onwerkelijks. Tijd die verglijdt met
een snelheid die onmogelijk was. Schaduwen in het duister. Een ouwe
vrouw die met haar was. Het had iets weg van een sprookje en ze
vroeg zich af of ook zij aan het eind nog lang en gelukkig zou
leven.
"Dat is een prijs die ik er best voor zou willen betalen," mompelde
ze zacht. Hoewel ze betwijfelde of het zo af zou lopen, over het
algemeen zaten sprookjes vol bedrog en dit was niet eens een
sprookje.
