Het huis leek gewoon. Kruiden hingen aan het plafond. Een open haard in de kamer. Stoelen, een bank om op te zitten. Alles heel gewoon. Alles heel burgerlijk. Een nette rijtjes huis voor een ouwe vrouw en het enige wat er aan mankeerde was het feit dat ze niet in een rijtjes huis waren. Ze bevonden zich midden in het bos en het huis leek Jessica iets te gewoon. Iets te onopvallend. Iets te burgerlijk. Het kon bijna niet zo zijn dat dit het was, niet na zo een reis door tijd. Er moest iets meer zijn, dat moest gewoon. Ze keek de ouwe vrouw aan. De ouwe vrouw keek terug. "Je heb de cyclus nu meegemaakt?" Ze keek verwachtingsvol naar Jessica. Die begreep niet wat ze bedoelde, ze was een vrouw, een kind, wellicht beide, ze wist het niet, wat bedoelde de ouwe vrouw met de cyclus meegemaakt, wat bedoelde ze daar nu weer mee? Jessica wist het niet, Jessica begreep het niet. De ouwe vrouw zag het en probeerde haar teleurstelling te verbergen maar dat lukte niet goed. Jessica draaide zich om. Weg van die beschuldigende ogen. Niet zo dramatisch, dacht de ouwe vrouw, stel je verwachtingen gewoon bij. Je verwacht gewoon teveel van dit meisje. Geef haar een kans, leid haar op, geef haar een kans om ervaring op te doen, om te leren wat ze dadelijk moet doen. Geef haar die kans. Ze keek Jessica aan, maar Jesse moest nog zoveel leren en zij had zoveel over te dragen en ze voelde de wanhoop weer groeien. Had ze daarvoor de tijd? Maar tijd was aan haar kant. Zij controleerde tijd. Zij kon tijd geven aan dit meisje en ze zal het nodig hebben, daarvan was de ouwe vrouw overtuigd.
