Jessica

Ze begreep niet wat er was gebeurd, ze wist niet wat hem zo had veranderd, het enige wat ze wist dan het haar vader niet was. Het kon haar vader niet zijn. Haar vader had haar nog nooit geslagen. Haar vader had haar altijd beschermd. Haar vader zou haar nooit in de slaapkamer werpen en daar opsluiten.
Oh, god, snikte ze, het kon haar vader niet zijn, dat mocht niet, dat kon niet en toch kon kon ze de waarheid niet ontkennen. Het was haar vader wel. Iets of iemand moet hem hebben veranderd. Iets of iemand, fluisterde ze zacht voor zich uit en ze wist wie die iets of iemand was, is het niet?
Ja, ze wist het, de vijand, de schaduw en ze had de schaduw net gemist. Bang als ze was, had ze de confrontatie niet aangedurfd. Ze wist nu echter dat er geen ontkomen meer aan was, haar vader kon haar niet beschermen en haar moeder was dood, ze stond er alleen voor en dat deed haar in huilen uitbarsten. Het huilen duurde niet lang. Ze was een praktische meid. Huilen bracht niets, loste niets op. Luchtte enkel op en soms was dat nodig maar ze had een taak te vervullen. Haar moeder was niet echt dood. Ze kon het nog terugdraaien. Daarvan was ze overtuigd. Ze moest enkel sterk zijn. De ouwe vrouw zien te vinden. Zich terug laten brengen naar het juiste tijdstip en die hele tragedie zien te voorkomen. Ze moest haar moeder terugbrengen, haar prijs als ze won maar wat kreeg de schaduw als het won: haar vader?