Wat nu? Voor het eerst stond Jesse in een tweestrijd, wist ze niet wat wijsheid was. Haar kamer ontvluchtten of juist niet. Moest ze juist de deur barricaderen en zich zelf opsluiten in haar kamer? Ze wist het niet. Twijfel regeerde en ze realiseerde zich dat veel afhing van wie daarbuiten was, vriend of vijand? Ze keek naar het raam en twijfelde maar nogmaals naar buiten staren bracht geen nieuwe informatie en met een noodsprong rende ze haar kamer uit. Ze had haar beslissing genomen, maar of het een goede beslissing was? Angstig rende ze de trap af naar beneden. Ze realiseerde zich dat ze haar beslissing had genomen, gebaseerd op instinct alleen. Er was geen ratio bij aan te pas gekomen en dat wreekte zich wellicht nu ze daar zo liep alleen. Ze keek snel om zich heen terwijl ze de trap af rende naar beneden en bad tegen beter weten in dat haar vlucht onopgemerkt zou blijven. Gebeden worden zelden verhoord, Jesse wist dat, God helpt enkel diegene die zich zelf kunnen helpen, en hoewel Jesse dat nooit had begrepen was het wel realiteit. Diegene die zich zelf kunnen helpen, hebben toch geen hulp nodig, dacht ze wrang, wellicht bitter en die gedachte versterkte zich alleen maar toen ze een geluid hoorde. Achter haar. Uit één van de slaapkamers. Een haastig geluid van rennende voetstappen en voor ze het wist was het achter haar.

