Jessica

Ze rende door in de volle wetenschap dat de schaduwen haar eens zouden vangen en ze wilde dat ten koste van alles voorkomen. Ze dacht wanhopig na. Zocht wanhopig naar een uitweg. In haar wanhoop riep ze om de eenhoorns. In een laatste desperate poging om te ontkomen, gilde ze om de eenhoorns en tot haar grote verbazing kwamen ze en schrokken de schaduwen terug. De situatie werd grimmig nu. De schaduwen lieten zich hun prooi niet zomaar ontzeggen en vielen aan. Eenhoorns verdedigden zich en gehinnik, trappen en kreten waren hoorbaar in het bos en Jessica deed het enige wat ze kon doen en dat was op de rug van een eenhoorn springen en zich af laten voeren. Ze had het onbestemde gevoel dat ze naar het huis van de ouwe vrouw moest gaan omdat daar de antwoorden lagen. Hier kon ze toch niets doen, dus vluchtte ze weg op de rug van een eenhoorn. Schaduwen poogden zich voor de eenhoorn te werpen. Schaduwen probeerden haar af te werpen. Wat ze ook gedaan had, Jessica wist dat het goed was want de schaduwen waren in verwarring. In paniek en probeerde met alle middelen haar tegen te houden en het was dat de eenhoorns er waren anders was het zeker gelukt. Ze was de eenhoorns oneindig dankbaar terwijl ze in de nacht voortstormde op weg naar het huis van de ouwe vrouw. Voorover gebogen lag Jessica op de eenhoorn en bad stilletjes dat ze snel weg zouden zijn. Weg van het gevaar en terwijl ze het lawaai van de slag achter zich hoorde schaamde ze zich daarvoor best een beetje maar ze kon er niets aan doen. Ze was bang en was geen partij voor de schaduwen. Ze had geen andere wapens om zich te verdedigen dan de vlucht en ze was dankbaar dat de eenhoorns haar die mogelijkheid gaven. Eeuwig dankbaar.