Jessica stormde voort op de rug van de eenhoorn. Op weg naar Gaia.
Op weg naar de ouwe vrouw om meer te leren over zich zelf. Hoe ze
zich moest verdedigen. Hoe ze haar vader kon bevrijden van de
kwalijke invloed van het duister. Ik kan de vrouw uit haar
cirkelbeweging bevrijden, dacht ze verbeten, ik kan haar bevrijden,
heb haar misschien al bevrijdt want de raaf is uit haar woning
verdreven. Ze wilde dat de eenhoorn sneller zou gaan en wist dat het
een egoïstische gedachte was. Schaamde zich er voor maar dat
veranderde niets aan de noodzaak tot spoed. Het paard had echter al
alles gegeven en kon niet harder. Het dreef haar tot wanhoop. Ze had
middelen nodig om zich te verweren en enkel de ouwe vrouw kon haar
die geven want met de schaduwen in de achtervolging had ze wanhopig
behoefte aan een verdedigingsmiddel. Eindelijk hadden ze het huis
bereikt van de ouwe vrouw en Jesse sprong van de eenhoorn af en
stormde naar binnen. De ouwe vrouw lag op de grond. Bloed overal.
Jesse gilde haar angst uit en de ouwe vrouw opende haar ogen voor
een laatste keer. Jesse wist het zeker. Lang kon het niet meer duren
want er was teveel bloed. De non gebaarde haar dichter bij te komen
en vreemd genoeg voelde Jessica een aarzeling opkomen. Doe niet zo
gek, dacht ze verrast, de vrouw kan je helpen. Ze dwong zich zelf
dichter naar de ouwe vrouw toe te gaan. Haar lippen bewogen. Ze
moest horen wat ze zei dus boog ze zich naar voren. Naar haar lippen
toe.
”Je moeder is niet dood, bevrijd haar, ze kan je veel leren, meer
dan ik, ze ziet de noodzaak daarvan nu in en... ” Haar stem stierf
weg en Jessica wist dat ze gestorven was.

