Jessica

Het was bedrieglijk eenvoudig om binnen te komen. Ze wist dat het dom was maar Jesse voelde ook dat ze geen andere keuze had. Indien haar moeder nog leefde, indien haar moeder daar binnen was, dan moest ze haar moeder wel bevrijden en misschien kon ze met behulp van haar moeder ook iets aan haar vader doen. Misschien wel. Zoveel onzekerheden, zoveel vragen, zoveel bedenkingen en dat allemaal in de wetenschap dat de eenhoorns buiten moesten blijven wachtten. Weer alleen, dacht ze bitter, ik sta er weer alleen voor en even voelde ze haar hart uitgaan naar John. Die had haar wel altijd geholpen. Stond wel altijd voor haar klaar. Ik heb je nodig John maar de boswachter was ergens ver weg. Vertrokken toen ze twaalf was. Soms lopen de dingen zo en ze had naast haar vader gestaan toen ze beiden de sympathieke boswachter uitzwaaiden. Ze hadden elkaar in de ogen gekeken toen John uit het oog was en ze hadden voor een tel steun aan elkaar. In de tijd dat haar vader nog haar vader was. Maar haar vader had gefaald en de schaduwen regeerden nu het huis. Ze keek gespannen om zich heen. Zoveel was er al veranderd. De schaduwen hadden niet stilgezeten. Ze vroeg zich af hoeveel tijd er verlopen was. Ze keek om zich heen maar zag niks waar aan ze dat kon aflezen. Het huis leek tijdloos en dat was wel zo toepasselijk. We gaan de strijd aan zonder ons door tijd te laten regeren en Jesse vroeg zich af of na de strijd tijd nog ongestoord verder kon lopen en wat daarvan dan de consequentie was. Maar ze had geen tijd om verder na te denken. De schaduwen kwamen er aan. Vlug verstopte Jesse zich. De Schaduwen verlieten de kamer weer snel en in een impuls ging Jesse achter ze aan. Voorzichtig, ze kende het risico van ontdekking. De Schaduwen bewogen door het huis en iedere keer had Jessica het gevoel dat er iets veranderde. Niet hier binnen, nee, daarbuiten en ze maakte de fout om naar buiten te kijken en zag hoe een stad in ruines erbij lag. Er was echter geen stad in de buurt van het landgoed. Dat wist ze zeker, toch?