Jessica

Haar speurtocht bracht haar uiteraard naar de grote hal. Vreemd genoeg luchtte dat feit Jesse enorm op. Het had een vorm van logica die ze nodig had in een huis dat haar verder verwarend en chaotisch overkwam. Alleen het feit dat ze haar moeder zocht, hield haar op de been. Op de been in een huis die er alles aan op haar op het verkeerde been te zetten. Te overspoelen met informatie die niet correct kon zijn en als het correct was, werd het verborgen in een onhandelbare hoeveelheid. Ik moet me moeder vinden, dacht ze wanhopig, moeder kan me helpen. En je vader dan? Ze probeerde de gedachte weg te schudden. Mijn vader heeft me geslagen. Mijn vader heeft zich van mij afgekeerd. Mijn vader werkt samen met de schaduwen. Mijn vader heeft gefaald. Dus veroordeel jij hem maar tot een slaafs bestaan in de schaduw van het kwade? Nee, nee, mijn moeder kan me helpen en als ik haar bevrijd heb, kunnen we de strijdt aangaan. Dan kunnen we mijn vader bevrijden. Niet alles tegelijk. Eerst het een en dan het andere en die gedachte bracht verlichting. Ja, ze zal haar vader niet vergeten. Ze had enkel haar prioriteiten gesteld. Ze rende de hal door zonder enkele rationele gedachte. Op instinct alleen. Op zoek naar de bevrijdende deur waar achter haar moeder gevangen zat. Deur naar deur opende ze maar op één of andere manier liet haar gevoel haar in de steek. Achter geen van de deuren zat haar moeder. Ze keek om zich heen. Met enkel haar gevoel redde ze het niet. Ze moest haar hoofd gebruiken, maar hoe? Ze realiseerde zich hoe alleen ze was in dit huis. Zelfs de schaduwen waren verdwenen en was dat niet raar?