
Wat doe je als de maan weer vol aan de hemel staat. Bind je
haar vast? Sluit je haar op. Je was zo verstandig om de kist mee te nemen maar
nu haar vader dood is, wat voor excuus heb je dan om haar zich zelf te laten
opsluiten? Denk maar niet dat jij haar kunt opsluiten. Ze is veel te sterk. Je
moet het haar vertellen. Ze moet vrijwillig meewerken. Ze moet het nut er van
inzien. Ze moet de bereidheid hebben om zich zelf op te sluiten, voor haar eigen
bestwil maar hoe vertel ik haar dat?
Hij keek haar weer aan. Ze lachte
bij het zien van twee paarden in de wei. Vrolijk galopperend. Hij lachte mee en
voorbij was de tijd dat hij haar iets kon vertellen. Het
heeft nog tijd, dacht John,
hoewel hij de tijd door zijn vingers voelde glippen. Je
bent een lafaard, van uitstel komt afstel en dit verdraagt geen afstel. Het
meisje naast je is een
weerwolf. Wat denk je daaraan te doen, John, wat denk je
daaraan te doen. Hij wist het
niet. Kon alleen maar harder gaan rijden want verder had hij geen antwoorden.
Het stadje was niet meer dan een
dorp en eigenlijk niet meer dan een verzameling huizen in de enige straat die
het gehucht rijk was maar er was een eetcafé en Aida had dorst dus stopte John
gehoorzaam. Ze stapten uit en liepen naar het café toe. De ogen van de mannen
richtten zich tot Aida. Namen haar op. Wogen haar. Waardeerden haar schoonheid
en John voelde een stroom van jaloezie door zijn lichaam stormen waarvan hij de
oorsprong niet kon want hij had toch niks met Aida, helemaal niks, toch?

