
Ze keek hem aan en hij keek teder terug.
”Laat me blijven John, alsjeblief,” smeekte ze hem.
“Het is te gevaarlijk, Aida, je hebt geen idee waartegen we het moeten
opnemen."
“Ik heb de kou gevoeld, die vrouw is een heks, vader heeft me het een en ander
verteld John. Ik weet ervan. Hij heeft me alles verteld over de machten van het
kwaad. Over de invasie van de schaduwen. Ik kan je helpen, echt, vader heeft me
alles verteld.”
Nee, niet alles meisje, hij heeft je niet alles verteld. Zijn hand
streelde haar haar en ze legde haar hoofd tegen zijn hand aan. Zijn hart kromp
ineen bij de gedachte dat hij diegene moest zijn die het haar moest vertellen
maar hij kende zijn verantwoordelijkheid.
“Ik laat je niet alleen John, echt niet.” Haar stem had een klank die hem
vertelde dat het geen zin had om haar te proberen om te praten en ergens diep
daarbinnen deed het hem plezier dat zij bij hem wilde blijven.
“Okay, kom op, laten we een hotel zien te vinden, we kunnen voorlopig niet weg."
Ze knikte en haar hoofd verloor het contact met zijn hand. Verlegen liet hij
zijn arm naar beneden vallen en vroeg zich nog eens af waar hij met bezig was.
Je moet het haar vertellen! Ik weet het, ik weet het, later, we hebben nog
tijd, probeerde hij zich zelf te overtuigen in de wetenschap dat tijd niet
aan zijn kant stond.
