
Ze liepen de hoofdstraat af op zoek naar een hotel. Als er een hotel was in
dit gehucht. John was er niet zeker van. Waarschijnlijk waren ze gedwongen om
ergens een pension te nemen. Het dorp zag er niet naar uit dat ze gasten
bereidwillig opnamen. De hele atmosfeer ademde iets uit van oprotten en John
wilde dat hij juist dat kon doen maar daar was nog steeds de heks waarmee ze
moesten afrekenen. Een ouwe vrouw stond voor haar huis en keek de beiden aan.
“Ja, ik heb een kamer vrij. Blijven jullie lang?”
”Nee, twee, drie dagen op zijn hoogst.”
“Slapen jullie bij elkaar?”
Ze keek hem aan met een blik die kleur op zijn wangen bracht en hij was zich in
eens ontzettend bewust van het feit dat Aida hem aankeek en niet gelijk nee zei.
“Nee, twee kamers,” stamelde John. De ouwe vrouw lachte, Aida wende haar blik af
en John voelde haar teleurstelling. Hij kon er echter niets aan doen. Hij kende
haar maar zo kort in deze nieuwe rol en hij was er de man niet naar om gelijk
met een vrouw in bed te duiken. Zeker niet als die vrouw de dochter was van je
beste vriend. Zeker niet als die vrouw jong en kwetsbaar was. Zeker dan niet.
