Jessica

Hij lag op bed en staarde naar het plafond. Gedachten maalden. Draaiden rond en rond. Er kwam geen einde aan. Hij draaide zich om. Staarde naar de alarmwekker. Zag hoe tijd zelf zijn vijand werd door hem te kwellen door steeds langzamer te gaan. Ze hadden over een uurtje afgesproken in de hal en John wilde er niet eerder zijn. Wilde niet door de hal ijsberen. Wilde de ouwe vrouw niet laten zien dat hij begerig op haar stond te wachten. Nee, de buitenwereld mocht niet zien hoe hij naar Aida verlangde. Ze is de dochter van je beste vriend, de man die zich heeft opgeofferd voor jouw. Het werkte niet meer. Hij stond op uit zijn bed want hij kon toch niet slapen. Niet met haar in hetzelfde hotel. Liep naar het raam en staarde naar buiten. De heks keek hem aan en voor een moment waren ze beiden bevroren in die blik. Hield ze hem gevangen. John kromp in een want hij was onvoorzichtig geweest en de heks had hem nu en zou hem zeker niet laten gaan. Vijandelijke gedachten penetreerden zijn hersens. Op zoek naar pijnpunten. Hij kon die gedachten niet buitensluiten ook al week hij terug van het raam. De heks had hem aan haar haak. Hoefde hem enkel binnen te halen en ze deed dat met een deskundigheid die hem verraadde dat het geen beginneling was die ze hier in dit gehucht hadden neergezet. Hij bereidde zich voor op pijn en kreeg wat hij vreesde.