
De schaduw werd echter mens en hij herkende het uniform. Een agent. Hij liet
zijn waakzaamheid een weinig verslappen en keek de man aan.
”Ik zag dat ze je aanvielen. Kon echter niet op tijd zijn om je te helpen.
Waarom vielen ze je aan. Enig idee?”
”Ik zag ze uit dat huis komen en voor ik het wist vielen ze me aan. Ik heb geen
idee waarom.”
”Misschien moeten we wel gaan kijken, waar verblijf je?” John wees naar het huis
van de ouwe vrouw.
”Kan ik je identificatie zien?"
Hij liet zijn rijbewijs zien en de agent stak het in zijn binnenzak.
”Ik breng het zo wel terug. Als ik in dat huis ben geweest. Ga maar alvast naar
binnen dan sla ik deze figuren wel in de boeien. Ene, vertrek voorlopig maar
niet, tot dit is uitgezocht.” John begreep het en greep Aida beet. Elektriciteit
stroomde door zijn lichaam en hij zag dat Aida het ook voelde. Hij wilde
loslaten. Wilde hier niet mee doorgaan. Zijn hand gehoorzaamde echter niet en
hield haar vast.
”We zullen wachten tot u terug komt. En zeker niet vertrekken. Kom Aida.”
Met een laatste blik op de agent draaiden de twee zich om en vertrokken naar het
huis van de ouwe vrouw. De agent wendde zijn blik van de twee af en keerden zich
naar de vier. De schaduwen lagen verspreidt over straat en de agent wist dat hij
snel moest zijn. Hij gebaarde naar een auto aan de kant van de straat en de
lichten van de wagen gingen gelijk aan en reed naar hem toe. Een opruimploeg
stapte uit en schaduwen werd van straat geveegd. Op zijn gemak liep de agent
naar het huis van de heks. Hij wist wat hij daar zou aantreffen en hij wist ook
dat het opgeruimd moesten worden. Het beloofde een drukke nacht te worden.
