
De ouwe vrouw stond hen op te wachtten in het huis. Telefoon in de hand.
”De agent zegt dat het een latertje wordt. Jullie hoeven niet op hem te wachten.
Hij ziet jullie morgen wel weer, rond negen uur.”
John bedankte haar netjes. Liep toen naar boven. Bloed stroomde nog steeds langs
zijn wangen naar beneden en hij wilde zich verzorgen.
“Hier laat mij,” beval Aida. Ze pakte een washandje en veegde zijn gezicht
schoon. Hij liet haar gaan. Misschien wel tegen zijn eigen goede oordeel in. Ze
waste teder het bloed van zijn gezicht en fluisterde dat het allemaal wel
meeviel. Hij trilde bij haar aanraking. Ze zag het en glimlachte en kuste hem op
zijn gezicht en nam hem mee naar haar kamer. Het is stom wat je hebt
gedaan, dacht hij streng tegen zichzelf, en toch ben ik blij dat het is
gebeurd. Hij draaide zich om naar haar. Keek haar aan in haar slaap. Het
is verbazingwekkend hoe snel iemand verliefd kan worden. En ik heb het nooit
gewild. Nooit gezocht. En toch is het gebeurd. Hij lachte haar toe in haar
slaap. Blij dat ze niet wakker was want hij had tijd nodig om na te denken en
alleen haar aanwezigheid leidde hem al af.

