
Ze sprong een gat in de lucht en greep in paniek naar haar bus peperspray. De
zwerver zag haar paniek reactie en zette zich prompt neer op het perron. Zijn
hand strekte zich naar haar uit in de wens een aalmoes te ontvangen. Het zou
belachelijk zijn geweest om nu een bus peperspray te trekken en juist dat bracht
haar kalmte terug. In angst dat omsloeg naar woedde gooide ze een handjevol
kleingeld naar de ouwe baas en liep weg. Ze zag niet dat de zwerver het geld
liet liggen en achter haar aankwam. Ze hoorde het echter wel. Het gerasp van
zijn adem, de onregelmatige stappen van een slepend been, o, ja, ze hoorde het
wel.
