
Ze liep langzaam de receptieruimte in terwijl ze diep ademhaalde. Nou, kom op, zet je eeuwige glimlach op, poets je gladde buitenkant op zodat alle beledigingen van je af kunnen glijden en probeer te genieten. Genieten. Ze glimlachte wat en nam de menigte in zich op die allemaal gekomen waren om het bruidspaar te feliciteren. Laat ik dat ook maar doen dan is dat in ieder geval achter de rug. Kan ik tenminste weg als het me echt tegenstaat. Verdwijnen en toch aan mijn burgerplicht hebben voldaan. Ze glimlachte weer. Kom op zeg, het is je zus. Ja, ja, ik ben er toch. Ze wurmde zich naar voren en sloot zich aan achter de lange rij.
