
Ze rende met grote passen door de stad terwijl het verdriet haar bijna overmeesterde. Carol wist echter dat ze het verdriet moest binnen houden. Het was nu niet de tijd om verdriet te hebben. Ze was nog niet veilig. Angstig keek ze achter zich. Ze zag echter niets. Niet zo verwonderlijk. Carol wist niet waar ze naar moest kijken. Carol wist niet wat ze zou zien, als ze hen zag. Niemand wist hoe ze er uit zagen. Iedereen wist echter dat ze er waren. Ze kon dus om hulp vragen maar er was verder niemand op straat en voor aanbellen was het gevaar nog niet groot genoeg, Toch? Carol begon wat langzamer te lopen. Wellicht zit er wel niemand achter je aan. Misschien ben je wel veilig. Misschien kun je je wel overgeven aan je verdriet. Zoveel verdriet. Ze voelde de prop bijna naar buiten komen en haar overweldigen en slechts met een bovenmenselijke inspanning slaagde ze erin om het verdriet binnen te houden. Ze voelde de tranen over haar wangen lopen en meende ook wel dat ze het recht had op dat verdriet maar de tijd was er nog niet rijp voor.
