Horror

Joris boog over zijn stuur en probeerde zo hard mogelijk de kijkuitstraat door te rijden. Hij vond het een rot straat met een idiote naam want het was niet eens een straat. Het was een lange weg langs velden. Een weg die het ene dorp met het ander verbond en die hij iedere dag af moest leggen om naar school te komen.
Wie noemt een weg nu een straat en dan ook nog met zo een idiote naam, dacht Joris bij zich zelf terwijl hij zijn benen snel op en neer liet gaan. Hij moest opschieten, zo snel mogelijk de straat verlaten en terwijl hij uitkeek naar onraad probeerde hij nog sneller te fietsen maar dat ging bijna niet meer. "Kijk uit, stommeling," gilde een automobilist die langs hem raasde. Iedereen op de kijkuitstraat reed te hard en vreemd genoeg deed de politie daar niks aan. De politie hield er niet van om op de kijkuitstraat te staan of patrouille te rijden of mensen aan te houden. De kijkuitstraat was juist zo een stukje gebied waar je zo snel mogelijk uit wilde verdwijnen. Je wist immers nooit wat zich verschool in die maïsvelden. Onzin had de meester gezegd, er is niks aan de hand met de kijkuitstraat, maar het was Joris opgevallen dat de meester altijd de provinciale weg nam want hij zag hem nooit voorbij komen met de auto en ze woonden toch vlak bij elkaar.