
Tommy lag uitgeput op zijn bed naar het vreemde plafond te staren waarop een
vreemde tekening te zien was en vroeg
zich voor de zoveelste keer af wat ze hier deden. Hij verlangde terug naar de
grote stad. Naar zijn vriendjes. Naar de winkels en het gemak waarmee je gewoon
naar de disco kon gaan of de bioscoop. Hier was alles ver weg en hij moest zijn
vader vragen om hem te brengen en die had daar niet altijd zin in. Wat deden ze
toch op het platteland, wat deden ze toch op deze boerderij? Hij zuchtte diep en
ergens in de boerderij zuchtte er iets mee. Hij hoorde het toch. Tommy ging
rechtop zitten en luisterde goed. Hij hoorde echter niets. Verbeelding? Het kon,
je moet wennen aan de geluiden van een vreemd huis, had vader gezegd en
natuurlijk was dat zo. De boerderij was oud en kraakte en was monumentaal en
verlaten geweest voor enkele jaren maar daarom had vader het goedkoop op de kop
kunnen tikken. Tommy snoof en iets in de boerderij snoof mee en hij luisterde en
luisterde en viel toen in slaap. "Dus jullie wonen op die spookboerderij, dapper hoor"."
Tommy keek de spreker aan en fronste zijn hoofd. Hij kon niet goed peilen of de
jongen een grapje maakte of niet en liet het dus maar zo. Hij liep de klas in en
probeerde zich te concentreren. Het liet hem niet los ondanks het feit dat hij
wel bijna zeker wist dat het een grapje was. Na afloop van de les probeerde hij
de jongen te spreken te krijgen. De jongen was echter verdwenen. Als of
hij Tommy wilde vermijden. De andere kinderen stroomden langs hem heen de klas
uit en vonden hem geen blik waardig want niemand keek hem aan. Verwonderd volgde
Tommy de massa naar een nieuw lokaal, een nieuwe les, een nieuwe leraar en kon
zich ook daar niet concentreren. Het leek wel of het zuchten met hem mee was
gekomen en hoe idioot het ook klonk, het baarde hem zorgen.
