Horror

Ze zwijmelde weg bij de foto van het stukje landelijke boerderij en droomde van hoe het zou kunnen zijn. Het landweggetje, de beek naast de boerderij, de landerijen, de bomen tot in de hemel en natuurlijk de waterput. Het sprak van vervolgen tijden. Van weleer. Van rust en vrede. Van natuur en groen en het was alles wat ze wilde. Van alles wat ze mistte. Ze keek naar buiten en zag de flats staan. Het beton. De grauwe werkelijkheid. Ze kon het park tussen de flats niet zien of ze moest opstaan en uit het raam kijken maar daar had ze geen zin in. Dus zag ze enkel de volgende flat. De flat die haar in schemer dompelde. De flat die de hemel bedekte zodat ze zelf geen stukje blauw kon zien. Zoals op de foto voor haar. Daar was het. Haar paradijs. Te koop voor nog geen honderdduizend Euro en ze wist dat ze het kon betalen. Ze wist dat als ze haar eigen flat verkocht, ze nog geld over had voor de ongetwijfeld noodzakelijke reparaties. Ze hoefde het alleen maar door te zetten. Het te doen. En met die gedachte pakte ze de telefoon en belde met de bank. Laat ik eens gek doen, dacht ze nog, het is mijn laatste kans en als ik het nu niet doe ben ik gedoemd om hier te blijven. In deze betonnen realiteit. Nee, dan maar liever het groen en de vrijheid. En het duurde best lang maar toen had ze eindelijk contact met de bank en zette ze het een en ander in beweging.