
Ze zijn er, meneer, ze zijn overal. De vrouw keek de man panisch
aan. Die probeerde zich los te rukken van het ongewenste contact maar de vrouw
hield krampachtig vast. Ze zijn overal, krijste de oude vrouw verder, boog zich
toen naar hem toe. Fluisterde. Je ziet ze alleen in de ramen, als je zijwaarts
kijkt in de ramen zie je ze, meneer, hun silhouet, hun weerkaatsing in het raam.
Kijk uit meneer, ze zijn overal. De oude vrouw liet los. Vlak voor het moment
dat de man overwoog om andere maatregelen te nemen. Vlak voor het moment dat hij
geweld wilde gebruiken, liet de oude vrouw hem los en liep weg. Opgelucht liep
de man door. Meneer, schreeuwde de oude vrouw hem achterna, meneer, kijk goed of
u ze niet ziet in uw nieuwe huis. Dat deed hem fronsen. Hoe kon ze dat weten?
Hij had vanmorgen net de afspraak gemaakt. Hoe? Hij stond stil. Draaide zich om
maar de oude vrouw was al verdwenen.
Een gelukkige gok misschien? Ja, dat moest het zijn. De man veegde zijn
jas schoon alsof hij de laatste resten van de oude vrouw van zich af wilde
poetsen en liep toen vrolijk verder. Op weg naar zijn nieuwe huis.
