
Hij stapte in de lift en drukte op de gewenste etage met de druk
voelbaar in het gebouw en bij hem leefde de angst dat hij te laat was. Gespannen
zag hij hoe de deuren langzaam sloten en hij slaakte een zucht van verlichting
toen de lift eindelijk vertrok.
Ik moet niet bang zijn, hield hij zich zelf voor, het zijn allemaal
bakerpraatjes, niets van waar. Ze willen je bang maken. Er voor zorgen dat je
niet meer gaat. Maar zo voelde het niet. De spanning was te tastbaar, bijna
te voelen. Dit voelde niet als een politieke constructie bedoeld om bewegingen
van burgers te beperken ook al was dat iets wat het buurtcomité graag wilde.
Maar ze gebruiken het flatbeest als excuus en het lijkt erop alsof het niet
verzonnen is want nu voel ik het ook. Er is iets in de flat, er waart hier iets
rond, hopelijk ben ik op tijd binnen en hij keek hoe de display langzaam
optelde tot het cijfer wat hij graag wilde zien. Het nummer van zijn etage.
