
Hij stapte de trein in en keek onwillekeurig weer naar de volle coupe waar de oude vertrouwden weer zaten. Het was druk in de coupe en het zag er niet uitnodigend uit dus liepen alle mensen door naar de volgende coupe en hij had dat ook al ontelbare malen gedaan. De blik van de vrouw had echter zijn aandacht getrokken. Een gespannen blik, knap en expressief. Een mooi gezicht en vaak dacht hij er over om te knipogen naar de vrouw maar dat had hij tot nu toe nooit gedaan. Waarom hij het vandaag wel deed, wist hij niet. Misschien omdat het de zoveelste keer was. Misschien omdat het zomer was. Misschien omdat het mooi weer. Ze reageerde niet en zonder verder iets te doen, liep hij weer door. Maar haar blik liet hem niet meer los en toen hij de volgende dag weer instapte kon hij het niet nalaten om weer te kijken. Alle oude vertrouwden zaten er weer. Allemaal op precies dezelfde plek. In de gauwigheid zag hij geen vrije plek. Toch liep hij naar binnen om desnoods naast haar te gaan staan.
