
Ze begroette hem niet. Keek hem slechts met medelijden aan. Tot zijn verrassing was er een open plaats tegenover haar die hij vanaf de deur niet had gezien. Al kon hij zweren dat er een oude man tegenover haar had gezeten. Een uitgemergelde man met weinig of geen vet op zijn lichaam. Als hij het zich tenminste goed herinnerde. Meerdere malen had hij door het raam gekeken en de oudgedienden bestudeerd dus helemaal een gok was het niet. Dit is de eerste keer dat niet iedereen er is, dacht hij verbaasd, maar ik kan toch zweren dat ik hem gezien had. Misschien is hij uitgestapt. Naar een volgende coupe gegaan maar het idee dat hem niet meer losliet was dat de man had plaatsgemaakt. Voor hem. Dankbaar ging hij zitten en glimlachte tegen de vrouw. Hij zag een traan op haar wangen lopen en wilde haar net geruststellen toen een pijnlijk gevoel zich in zijn rug nestelde.
