Het vierspan werd in de kussens gedrukt. Dat kwam door
de zwaartekracht, wist David. Op zich niet erg maar het
drukte hem zo stevig in zijn stoel dat hij dacht dat een
berg op hem gevallen was. Hij kon bijna geen adem meer
halen en hoopte dat zijn zusjes dit geweld konden
weerstaan. Het duurde gelukkig niet lang. David zag het
raam donker worden en voelde het gewicht wegvallen. Hij
wist dat ze in de ruimte waren. Hij keek snel naar zijn
zusjes om te zien of ze in orde waren. Tot zijn vreugde
waren ze alle twee in orde en ook zijn broer knikte hem
toe als teken dat alles goed was verlopen. Een kreet van
geluk barste los uit vier kelen. Voor hen op het scherm
verscheen het beeld van de voorste telescoop. Daarmee
konden ze zien waarheen het ruimteveer op weg was.
Overduidelijk was het ruimtestation te zien. Nog steeds
in aanbouw aanvaarde het alvast de toeristenstroom. Om
geld te verdienen en het enthousiasme van de mensen voor
het ruimtestation op peil te houden. En daarheen was het
vierspan op weg. Gewoon om vakantie te houden. Niks
meer. Alleen maar vakantie. Vakantie op het
ruimtestation, wat wil je nog meer, zuchtte David, en
hij kon inderdaad niets anders bedenken. Ze naderden het
ruimtestation nu heel snel. Het was Michael die opviel
dat er iets aan de hand was.
"Het is akelig donker," Michael keek naar zijn
tweelingbroer.
"Hou op, als er iets aan de hand was, hadden ze niet
gelanceerd."
"Waar hebben jullie het over," wilde Sarah weten.
Haar zusje stootte haar aan, "Kijk naar voren."
Het vierspan keek naar voren waar het ruimteveer
langzaam in de dok verdween. Alles was donker. Er scheen
geen licht. Maar wat er ook aan de hand was, ze konden
niet meer terug.
