Korte Horror verhalen

Eindelijk gebaarde de Cyborg dat ze konden opstaan. Voorzichtig deed het vierspan zijn veiligheidsgordel af en stond op. In volgorde schuifelde de vier het gangpad in, op weg naar de luchtsluis. Ze zouden eindelijk het ruimtestation ingaan en ondanks de dreiging die daar vanuit ging, waren Michael, David, Lea en Sarah toch nieuwsgierig.Het ruimtestation bestond voor een groot gedeelte uit lange gangen vol met apparatuur. Alles met de onvermijdelijke, blinkende, lampjes. 
We moeten zien dat het werkt, dacht David, anders geloven we het niet. Hij keek of de Cyborgs ook van die signaleringslampjes hadden om aan te geven dat ze werkten. Hij grinnikte toen hij ze zag. Ondanks alles bleef het apparatuur. Gevaarlijk spul ja. Robotsoldaten die het vierspan had ingesloten zodat ze niet weg konden lopen. Niet dat weglopen veel zou brengen. Het vierspan kon toch nergens heen. Het vierspan probeerde naar buiten te kijken. Te zien wat er aan de hand was. Het enige zichtbare was echter het duister van de ruimte. Verder niets. Wat er ook was gebeurd de Aarde wist er nog niks van. Er hingen geen ruimteveren rond het ruimtestation met commando's klaar om het ruimtestation te bestormen. Niets van dit alles was zichtbaar. Ze waren alleen en dat deed Sarah nadenken.
"Waar is de rest," vroeg ze zich af en keek de rest aan. Ja, waar was de rest? Het was onmogelijk om in een zo een klein ruimtestation zoveel mensen te verbergen. Gewoon weg onmogelijk. Lea keek Sarah aan, die Michael aankeek die op zijn beurt naar David staarde. Waren ze op weg om vermoord te worden? Vermorzeld? Gedesintegreerd of hoe deze Cyborgs het moorden ook noemden, op weg naar hun eind? Acht ogen begonnen plotseling naar een uitweg te zoeken.