Het piepte wat in zijn vreemde taal en gebaarde
toen dat ze moesten antwoorden.
"Wat wil het nou weer," vroeg David aan zijn familie.
"Het wil onze taal leren," raadde Michael.
"Het spreekt toch al met de Cyborgs, het gaf ze
bevelen," snauwde Sarah wantrouwig, "waarom moet het dan
onze taal leren?"
"Ze moeten onze taal wel kennen, ze wisten dat het
ruimteveer er aan kwam, we moeten voorzichtig zijn, het
weet precies wat we zeggen."
Ze keken de Alien wantrouwig aan en weigerde op zijn
uitnodiging in te gaan.
"Natuurlijk verstaat het wezen jullie, en hij heeft nu
genoeg gegevens om jullie ook te herkennen. Hij wilde
jullie alleen horen praten zodat hij jullie kon
onderscheiden," sneerde de Cyborg naast hen.
"Hoezo, ben ik dan niet te onderscheiden van de rest,"
daagde Michael de Cyborg uit.
"Voor ons wel," zei Lea bedachtzaam, "maar voor een
buitenaards wezen, misschien ziet het niet zoals wij
zien."
"Ja, we moeten niet zonder meer aannemen dat het
dezelfde waarnemingen krijgt als wij," volgde David de
gedachtegang van zijn zus. Hij zag wel dat Sarah hem
vragend aankeek en vervolgde, "misschien ziet het niet
zoals wij, misschien ziet het enkel infrarood."
"En hoe komen we er achter wat het ziet," vroeg Sarah
zich af. En dat was iets wat de rest ook niet wist, dus
was het enige wat ze konden doen het wezen weer
aankijken.
