Het ruimteschip trilde en vibreerde en ging tekeer en schudde het vierspan in zijn stoel terwijl het langzaam landde. Op Mars, dacht Michael, op Mars. Hij kon het bijna niet geloven. Cydonia kwam echter gevaarlijk dichtbij en Michael zag het complex in steeds grotere detail in het scherm verschijnen. Ergens daarbinnen was de vijand van het buitenaardse wezen. En de Alien had het vierspan gevraagd om mee te gaan en opeens wist Michael niet meer zeker of hij dat wel wilde. Als de Alien al bang was, wat had het vierspan dan wel niet te vrezen? Nee, Michael had niet zo veel zin meer om Cydonia binnen te gaan. Hoe nieuwsgierig hij ook was, hij had zijn zusjes en broertje om over na te denken. Hij kon hen geen gevaar laten lopen. Hij kon ze geen risico laten lopen. Zijn vader zou het hem nooit vergeven en wat zijn vader over hem dacht, was voor hem van belang. Nee, hij wilde Cydonia niet ingaan, maar hij vermoedde dat het buitenaardse wezen hem niet veel keuze liet. Michael voelde meer dan hij het zag dat zijn zusje langzaam zijn hand greep en al gauw zat het vierspan hand in hand te wachten terwijl Mars steeds meer dichterbij kwam. Ze gingen landden en wie had dat nou gedacht, het vierspan op Mars. De landing was rustig, zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Lea keek Rachel aan, die Michael aankeek, die op zijn beurt naar David staarde. Ze waren geland. Ze waren op Mars en dat was nog niet alles, ze waren bij Cydonia, dat mysterieuze complex dat wetenschappers jarenlang voor een raadsel had gesteld. En nu werd er van hen verwacht dat ze daar naar binnen zouden gaan. Met een buitenaards wezen. Wie zou dat ooit geloven als het hem of haar werd verteld?
