Behoedzaam liep het vierspan naar binnen toe tot Michael
bedacht dat het geen zin had. Wat zich ook daar binnen
bevond, het was te machtig voor de kinderen dus of ze nu
behoedzaam waren of niet, tegen houden konden ze het
toch niet. Hij liep dus snel door en ging naast het
buitenaardse wezen lopen. Vastberaden om er op toe te
zien dat mensen als eerste de verlaten gangen zouden
betreden. Dat mensen als eersten de lege ruimten weer
zouden bevolken. Dat mensen als eerste dat wat verborgen
was, zouden onthullen, wat het ook was. Het buitenaardse
wezen trok zich niets aan van dit alles. Het liep door
als of het wist waar het heen moest gaan. Het was David
die dat opviel. Het buitenaardse wezen liep als of het
de weg wist en voor een moment dacht hij daar over na.
"Loop eens door, anders verliezen we ze uit het oog,"
bromde Sarah.
"Ja, ik wil de Alien niet alleen laten met Michael," zei
Lea.
"Sorry, ik dacht na," verontschuldigde David zich en
versnelde zijn pas, dichter naar de Alien toe. Dichter
naar het gevaar. "Het zei dat het ons nodig had, maar
stel dat het niet waar was," vroeg hij aan de meiden,
"stel dat het wezen ons wat heeft voorgelogen, wat dan?"
"Het haalde ons speciaal op uit het ruimteveer,"
probeerde Lea nog.
"Kinderen," zei Sarah ineens, "het had kinderen nodig."
"Waarom dan, wat is er zo speciaal aan kinderen dat je
ze uit een ruimteveer haalt en meeneemt naar Mars, naar
een geweldig complex gebouwd Millennia geleden, wat is
er zo speciaal aan kinderen?" David keek de anderen aan,
op zoek naar antwoorden. "Geen gewone kinderen,
tweelingen," droeg Lea nog bij aan het mysterie. Sarah
keek haar aan, begreep in één keer wat haar zusje
bedoelde.
"Dat is het, niet waar," zei Sarah, ter bevestiging.
"Soms voelen we elkaar aan, weten we wat de ander doet
zonder te zien, zonder daadwerkelijk daar te zijn, dat
is wat het wezen nodig heeft, dat talent."
"Maar waarvoor heeft het dat talent nodig, waarvoor,"
vroeg David zich af maar dat wisten de anderen ook niet.

