Sarah had echter medelijden met de Prinses die
stilletjes zat toe te kijken. Ze stapte naar voren en
keek de Alien aan.
"We doen niet mee met jouw vuile spelletjes, J'ar."
De andere drie gingen naast haar staan.
"Nee, we zijn niet in voor jouw spelletjes."
"Je lost het zelf maar op, reken maar niet op ons."
"Je staat er alleen voor, J'ar, het vierspan doet niet
mee."
Alle vier keken ze het monster kwaad aan en de Alien zag
wel dat ze het ernstig meenden.
"Zonder mij komen jullie niet terug in jullie eigen
tijd," waarschuwde J'ar nog maar weer eens een keer.
"Er zijn belangrijker dingen dan tijd," schreeuwde
Michael uit.
"Ja," zei Lea, "we zullen de prinses nooit verdrietig
maken."
"Ze is één van ons," zei David, "ze is een mens."
"En wat maakt het nou uit in wat voor tijd we ons
bevinden," deed Sarah als laatste een duitje in de zak.
De Alien werd kwaad en schreeuwde, "daar hebben jullie
niet goed over nagedacht."
"Er zaten nog meer mensen in dat ruimteveer. Er zaten
nog meer mensen op dat ruimtestation. Denken jullie niet
dat die naar hun eigen tijd terug willen keren. Zijn
jullie dan zo egoïstisch?" De Alien keek het vierspan
aan. Ja, de andere mensen, ze waren ze helemaal
vergeten. Het vierspan kon die mensen natuurlijk niet zo
achter laten, ze moesten wel doen wat het buitenaardse
wezen zei, ze hadden geen keus want anders waren die
mensen verloren. Ze durfde de prinses niet aan te kijken
want ze wisten wel dat ze nu tegen haar in moesten gaan
ook al wilde ze dat niet.
